Kamille is een kleine, vertakte plant van 20 tot 50 cm met fijne bladeren, witte blaadjes en een geel kegeltje in het midden. Hij bloeit van eind voorjaar tot midden in de zomer en is een van de mooiste planten om in een glazen kolom te zien.
Zo herken je echte kamille het makkelijkst: snijd het gele kegeltje doormidden. Bij echte kamille (Matricaria chamomilla) is het van binnen hol. Lijkt-op-planten zoals reukeloze kamille hebben een gevuld kegeltje en bijna geen geur.
Om te distilleren gebruik je de bloemen. Pluk ze 's ochtends, als de witte blaadjes omlaag gaan buigen. Je kunt ze vers distilleren of in dunne lagen drogen op een schaduwrijke, luchtige plek. Tijdens het drogen wordt de geur zelfs sterker. Bewaar gedroogde bloemen uit het licht en gebruik ze binnen een jaar.
In de ketel geeft kamille een zacht hydrolaat en maar een paar druppels etherische olie. Die olie is bijzonder: ze kleurt diepblauw. De kleur komt van chamazuleen, een stof die tijdens het stoomdistilleren ontstaat uit de eigen moleculen van de plant. In de verse bloem zit het nog niet, het verschijnt pas in de ketel.
Omdat de olieopbrengst klein is, zien veel thuisdistilleerders kamille vooral als hydrolaatplant. Vul de korf losjes zodat de stoom gelijkmatig door kan, en neem de tijd. De witte bloemen in de glazen kolom zien terwijl de eerste druppels vallen, is de helft van het plezier.
Heb jij al eens blauwe kamilleolie gezien? Vertel ons over jouw eerste kamillesessie.