Citroen (Citrus limon) komt oorspronkelijk uit het noordoosten van India en wordt nu op grote schaal rond de Middellandse Zee geteeld. De geur is zo bekend dat je bijna vergeet hoe bijzonder het is om hem zelf te vangen.
Je gebruikt de verse schil. Het aroma zit in kleine oliekliertjes in de gele buitenlaag. Het witte deel eronder heeft bijna geen geur en geeft alleen bitterheid, dus schil dun of gebruik een zester.
De meeste citroenolie in de winkel is koudgeperst: de schil wordt mechanisch geperst en de olie wordt zonder warmte opgevangen. In een koperen ketel kun je de schil ook met stoom distilleren. Het resultaat is een gedistilleerde citroenolie en, minstens zo interessant, een citroenhydrolaat. Gedistilleerde citroenolie ruikt iets zachter en schoner dan de koudgeperste versie.
De olie is lichtgroengeel, licht en fris, en wordt na verloop van tijd donkerder. Het belangrijkste bestanddeel is limoneen, samen met pineen, terpineen, citral, linalool, citronellal, geraniol en sabineen. Citral geeft citroen zijn scherpe, herkenbare topnoot.
Een praktische tip: gebruik als het kan onbespoten, biologische citroenen en schil ze op de dag dat je distilleert. Snijd de schil in kleine reepjes zodat de stoom elk stukje bereikt, en vul de korf losjes. Bewaar de olie in een donker, goed gesloten flesje, want citrusoliën verouderen sneller dan de meeste andere oliën.
Zou jij citroenschil distilleren? Het is een mooie manier om de citroenen uit je keuken te gebruiken.