Basilicum (Ocimum basilicum) wordt geteeld van Frankrijk en Italië tot Bulgarije en Egypte, en het is een van de meest aromatische kruiden die je thuis kunt distilleren. De meeste mensen kennen het uit de keuken, maar in een koperen ketel laat het een heel andere kant zien.

Om te distilleren gebruik je de hele plant: bladeren, stengels en bloeiende toppen. Het resultaat is een kleurloze tot lichtgele olie met een zachte, zoete en frisse kruidige geur, en een hydrolaat dat onmiskenbaar naar zomer ruikt.

Het karakter van de olie komt vooral van twee stoffen: linalool, dat de zachte, bloemige toon geeft, en eugenol, dat een warme, kruidnagelachtige toets toevoegt. Afhankelijk van de soort ruik je soms ook een vleugje citrus.

De belangrijkste regel bij basilicum is eenvoudig: distilleer hem vers. Basilicumbladeren zijn dun en verliezen hun aroma snel als ze drogen. Gedroogde basilicum die perfect is voor tomatensaus geeft in de ketel een teleurstellend resultaat. Oogst op de dag dat je distilleert, het liefst 's ochtends.

Vul de korf losjes en knip langere stengels in kortere stukken. De zachte bladeren zakken snel in elkaar in de stoom, dus een korf die aan het begin vol lijkt, zakt tijdens de sessie wat in.

Zou jij je basilicum distilleren, of houd je hem liever voor de keuken? Een paar planten in een zonnige vensterbank kunnen al genoeg zijn voor een kleine batch.